Protocollen

Visie Perspectief op Passend Onderwijs

Protocol toelating schorsing en verwijdering Scholengroep Perspectief

Pestprotocol
————————————————————————————–
Protocol sociale media

Inleiding.
Sociale media zoals: Hyves, Twitter, Facebook, YouTube en LinkedIn zijn niet meer weg te denken in onze maatschappij en dus ook niet bij iedereen die betrokken is bij scholen. Dit protocol heeft als doel afspraken te maken en richtlijnen te geven voor de wijze waarop scholen van de VPCO Zuidoost Groningen omgaan met het gebruik van Sociale media.

Sociale media bieden de mogelijkheid om te laten zien dat je trots bent op je school en kunnen een bijdrage leveren aan een positief imago van de organisatie.
Van belang is om te beseffen dat je met berichten op sociale media (onbewust) de goede naam van de school en betrokkenen kunt schaden. De VPCO Zuidoost Groningen vraagt alle betrokkenen (medewerkers, stagiaires, leerlingen en ouders/verzorgers) bewust en verantwoord met de sociale media om te gaan.

Essentieel is dat, net als in communicatie in de normale wereld, de onderwijsinstellingen en de gebruikers van sociale media de reguliere fatsoensnormen in acht blijven nemen en de nieuwe mogelijkheden met een positieve instelling benaderen.

Uitgangspunten.
1. De scholen ressorterend onder de VPCO Zuidoost Groningen onderkennen het belang van sociale media.
2. Dit protocol draagt bij aan een goed en veilig school- en onderwijsklimaat.
3. Dit protocol bevordert dat de instelling, medewerkers, stagiaires, leerlingen en ouders/verzorgers op de sociale media communiceren in het verlengde van de missie en visie van de onderwijsinstelling en de reguliere fatsoensnormen. In de regel betekent dit dat we respect voor de school en elkaar hebben en iedereen in zijn waarde laten.
4. De gebruikers van sociale media dienen rekening te houden met de goede naam van de school en van een ieder die betrokken is bij de school.
5. Het protocol dient de onderwijsinstelling, haar medewerkers, stagiaires, leerlingen en ouders/verzorgers tegen zichzelf en anderen te beschermen tegen de mogelijke negatieve gevolgen van de sociale media.

Doelgroep en reikwijdte.
1. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor alle betrokkenen die deel uitmaken van de schoolgemeenschap, dat wil zeggen medewerkers, stagiaires, leerlingen, ouders/verzorgers en mensen die op een andere manier verbonden zijn aan de VPCO Zuidoost Groningen.
2. De richtlijnen in dit protocol hebben enkel betrekking op schoolgerelateerde berichten of wanneer er een overlap is tussen school, werk en privé.

Sociale media in de school.
A. Voor alle gebruikers (medewerkers, stagiaires, leerlingen en ouders/verzorgers).
1. Het is medewerkers en leerlingen niet toegestaan om tijdens de lessen actief te zijn op sociale media.
2. Het is betrokkenen toegestaan om kennis en informatie te delen, mits het geen vertrouwelijke of persoonlijke informatie betreft en andere betrokkenen niet schaadt.
3. De betrokkene is persoonlijk verantwoordelijk voor de inhoud welke hij of zij publiceert op de sociale media.
4. Elke betrokkene dient zich ervan bewust te zijn dat de gepubliceerde teksten en uitlatingen voor onbepaalde tijd openbaar zullen zijn, ook na verwijdering van het bericht.
5. Het is voor betrokkenen niet toegestaan om foto-, film- en geluidsopnamen van school gerelateerde situaties op de sociale media te zetten tenzij betrokkenen hier uitdrukkelijk toestemming voor plaatsing hebben gegeven.
6. Alle betrokkenen nemen de fatsoensnormen in acht. Als fatsoensnormen worden overschreden (bijvoorbeeld: mensen pesten, kwetsen, stalken, bedreigen, zwartmaken of anderszins beschadigen) dan neemt de onderwijsinstelling passende maatregelen. Zie ook: Sancties en gevolgen voor medewerkers en leerlingen.
7. De school maakt de leerlingen bewust van de gevolgen van hun gedrag op sociale media (groep 5 t/m 8).
8. Schoolbestuurders, schoolleiders en leidinggevenden zijn altijd vertegenwoordiger van de VPCO Zuidoost Groningen of de betreffende school, ook als zij een privémening verkondigen.
9. Bij twijfel over een publicatie of over de raakvlakken met de school zoeken medewerkers/stagiaires contact met hun leidinggevende.

B. Voor medewerkers tijdens werksituaties.
1. Medewerkers hebben een bijzondere verantwoordelijkheid bij het gebruik van sociale media: privémeningen van medewerkers kunnen eenvoudig verward worden met de officiële standpunten van de onderwijsinstelling. Indien een medewerker deelneemt aan een discussie die (op enigerlei wijze) te maken heeft met de school, dient de medewerker te vermelden dat hij/zij medewerker is van de school.
2. Als online communicatie dreigt te ontsporen dient de medewerker direct contact op te nemen met zijn/haar leidinggevende om de te volgen strategie te bespreken.
3. Bij twijfel of een publicatie in strijd is met deze richtlijnen, neemt de medewerker contact op met zijn/haar leidinggevende.

C. Voor medewerkers buiten werksituaties.
1. Het is de medewerker toegestaan om schoolgerelateerde onderwerpen te publiceren mits het geen vertrouwelijke of persoonsgebonden informatie over de school, zijn medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers en andere betrokkenen betreft. Tevens mag de publicatie de naam van de school niet schaden.
2. Indien de medewerker deelneemt aan een discussie die (op enigerlei wijze) te maken heeft met de onderwijsinstelling dient de medewerker te vermelden dat hij/zij medewerker is van de school.
3. Indien de medewerker publiceert over de school dient hij/zij het bericht te voorzien van een melding dat de standpunten en meningen in dit bericht de eigen persoonlijke mening is en los staan van eventuele officiële standpunten van de school. Verder meldt de medewerker dat hij of zij niet verantwoordelijk is voor de inhoud en uitlatingen van derden.

Sancties en gevolgen voor medewerkers en leerlingen.
1. Medewerkers die in strijd handelen met dit protocol maken zich mogelijk schuldig aan plichtsverzuim. Alle correspondentie betreffende dit onderwerp wordt opgenomen in het personeelsdossier.
2. Afhankelijk van de ernst van de uitlatingen, gedragingen en gevolgen worden naar medewerkers toe rechtspositionele maatregelen genomen welke in overleg met het College van Bestuur variëren van waarschuwing, schorsing, berisping, ontslag en ontslag op staande voet.
3. Leerlingen en ouders die in strijd met dit protocol handelen, maken zich mogelijk schuldig aan verwijtbaar gedrag. Alle correspondentie betreffende dit onderwerp wordt opgenomen in het leerlingdossier.
4. Afhankelijk van de ernst van de uitlatingen, gedragingen en gevolgen worden naar leerlingen en/of ouders toe maatregelen genomen welke variëren van waarschuwing, schorsing en verwijdering van school.
5. Indien de uitlating van leerlingen, en/of ouders en medewerkers mogelijk een strafrechtelijke overtreding inhoudt zal door de school aangifte bij de politie worden gedaan.

————————————————————————————–
Protocol leerlingenvervoer en veiligheid.

Protocol leerlingenvervoer en veiligheid
De Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs Zuidoost-Groningen, gevestigd te (9502 ED) Stadskanaal aan de Oosterstraat 24, verklaart het onderhavige protocol van toepassing op het door de school georganiseerde groepsvervoer van leerlingen van en naar school en naar andere bestemmingen in het kader van schoolactiviteiten.
Met dit protocol wordt beoogd voorschriften te geven aan het schoolbestuur, personeel, ouders/verzorgers c.q. vrijwilligers en andere partijen die het leerlingenvervoer verzorgen, teneinde daarmee de verkeersveiligheid van leerlingen zoveel mogelijk te waarborgen.
Wettelijke regels die van toepassing zijn op leerlingenvervoer, zoals omschreven in de Wegenverkeerswet, de Wet Personenvervoer en de Regeling Zitplaatsverdeling Bussen en Auto´s (ingaande per 1 maart 2006) vinden hun weerslag in dit protocol.
De directie draagt zorg voor zowel het bekendmaken van dit protocol aan de betrokken partijen als wel toezicht op de naleving van dit protocol door die partijen.
1. Definities
In dit protocol wordt verstaan onder:
a. Regulier leerlingenvervoer: het door de school georganiseerde groepsvervoer van leerlingen. Hieronder wordt uitdrukkelijk niet verstaan het vervoer van de eigen kinderen door de ouders/verzorgers van en naar school.
b. Verzekering: zowel een WA-verzekering als een schadeverzekering inzittenden.
2. Regulier Leerlingenvervoer
De chauffeur neemt het volgende in acht:
2.1 Verkeersregels
De chauffeur houdt zich aan de verkeersregels. Met name aan de maximumsnelheden.
2.2 Aantal te vervoeren personen
a. Het aantal te vervoeren personen is gekoppeld aan het aantal zitplaatsen. Het aantal zitplaatsen is terug te vinden op het keuringsbewijs van taxi’s, bussen en personenauto’s die in het vervoermiddel aanwezig moet zijn.
b. Vorenstaande betekent dat er niet meer kinderen vervoerd worden dan er zitplaatsen zijn.
2.3 Voor- of achterin
a. Kinderen moeten bij voorkeur achterin zitten.
b. Voor het vervoeren van eigen kinderen tot 1.35 meter is een geschikt en
goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel (autostoeltje of een zittingverhoger) zowel voor- als achterin verplicht.
2.4 Autogordels
a. Iedereen maakt in een auto altijd gebruik van een goed aansluitende gordel.
b. Het diagonale gedeelte van de driepuntsgordel mag niet achter het lichaam worden geleid.
c. Een driepuntsgordel mag nooit als heupgordel worden gebruikt.
d. Er worden niet meer kinderen vervoerd dan er gordels zijn.
e. Er wordt op gelet dat de kinderen de autogordels tijdens het rijden niet afdoen.
2.5 Kinderslot
Indien aanwezig, wordt er gebruik gemaakt van kindersloten.
2.6 In- en uitstappen
De kinderen dienen op een veilige plaats in- en uit te stappen: aan de trottoirkant of, als er geen trottoir is, in de berm. Begeleiders dienen zelf ook altijd uit te stappen.
3. Schoolreis/schoolactiviteiten De directie ziet toe op het volgende:
Ouders/verzorgers, of andere personen die optreden als begeleiders tijdens de schoolreis/schoolactiviteiten, volgen de aanwijzingen van directie en leerkrachten op.
3.1 Per touringcar
a. In een touringcar mogen niet meer leerlingen zitten dan er zitplaatsen voor volwassenen zijn. Hoeveel zitplaatsen de touringcar telt, is te vinden op het keuringsbewijs dat aanwezig moet zijn in de touringcar.
b. Bij voorkeur is er in ieder vervoermiddel naast de chauffeur een begeleider aanwezig.
3.2 Per auto
a. Voor het incidenteel, over beperkte afstand vervoeren van andermans kind (vanaf 3 jaar en kleiner dan 1.35 meter) is het gebruik van een autostoeltje of zittingverhoger niet verplicht. (Beperkte afstand: Richtlijn 3VO maximaal 50 kilometer).
4. Verzekering
a. De directie draagt zorg voor deugdelijke verzekering wanneer gebruik gemaakt wordt van vervoermiddelen die eigendom zijn van de school en die gebruikt worden voor het georganiseerde groepsvervoer van leerlingen.
b. De directie vergewist zich van de deugdelijke verzekering wanneer voor het georganiseerde groepsvervoer van leerlingen gebruik gemaakt wordt van voertuigen die eigendom zijn van ouders/verzorgers c.q. vrijwilligers.
c. Wanneer voor het leerlingenvervoer gebruik gemaakt wordt van de diensten van een vervoersmaatschappij, vergewist de directie zich van deugdelijke verzekering door deze maatschappij.
Vastgesteld in de bestuursvergadering van 28 maart 2006
Bijlage G. Verzekeringen en aansprakelijkheid
Verzekeringen en aansprakelijkheid.
De school heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen; personeel; vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk mee verzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkene geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiele schade (kapotte bril, fiets etc.) valt niet onder de dekking.
De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (bestuursleden, personeel, vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. Wij attenderen u in dat verband op twee aspecten, die vaak aanleiding zijn tot misverstand.
Ten eerste is de school c.q. het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van een verwijtbare fout. De school (of zij die voor de school optreden) moeten dus tekort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Het is mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld tijdens de gymnastiekles een bal tegen een bril. Die schade valt niet onder de aansprakelijkheidsverzekering, en wordt dan ook niet door de school vergoed.
Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn dan 14 jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat ouders/verzorgers zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten.

——————————————————————————————-
Protocol informatieplicht gescheiden ouders

In dit protocol wordt toegelicht hoe op scholen, ressorterend onder de VPCO Zuidoost Groningen, wordt omgegaan met het verstrekken van informatie aan ouders. Met de term “ouders” worden in dit protocol de personen bedoeld die volgens de wet de vader en moeder zijn. In dit document worden wettelijke verplichtingen van de school beschreven en richtlijnen genoemd waaraan de school zich zal houden, om met betrekking tot de informatievoorziening misverstanden te voorkomen.
Uit artikel 11 en 13 van de Wet op het Primair Onderwijs vloeit de verplichting voort dat het bevoegd gezag ouders rapporteert en informeert over het functioneren van hun kinderen op school. In de praktijk van alle dag betekent dit dat de ouders door de school worden geïnformeerd over de vorderingen van hun kind(eren). Het informeren van ouders vindt onder andere plaats tijdens ouderavonden. Ouders hebben tevens recht om het leerlingendossier van hun kind in te zien. In de omstandigheid dat de gezinssituatie uit beide ouders bestaat zal de communicatie tussen school en ouders eenduidig zijn en nauwelijks tot problemen leiden. Dit kan anders zijn indien de ouders gescheiden zijn. Een gezinssituatie die helaas vandaag de dag vaker realiteit is. Ouders die gescheiden zijn hebben in principe beide recht op dezelfde informatie. Het komt uiteraard voor dat maar één van de ouders van het kind belast is met het ouderlijk gezag en de andere ouder niet. In dat geval rust op de ouder die belast is met het ouderlijk gezag de verplichting om de ouder die niet belast is met het ouderlijk gezag op de hoogte te houden van gewichtige aangelegenheden die het kind betreffen, zo volgt uit artikel 1:377b Burgerlijk Wetboek. Correspondentie vanuit de school wordt gericht aan beide met gezag belaste ouders en dus niet slechts aan de ouder bij wie het kind volgens de Gemeentelijke Basisadministratie of volgens de door de ouder verstrekte gegevens staat ingeschreven. Indien echter problemen tussen beide ouders ontstaan ten aanzien de communicatie kan dit ertoe leiden dat de ouder die met het ouderlijk gezag is belast geen of slechts gebrekkige informatie verstrekt aan de andere ouder.

Indien sprake is van een gebrekkige of geheel ontbrekende communicatie tussen de gescheiden ouders is de school eveneens op grond van de wet verplicht om de niet met het ouderlijk gezag belaste ouder desgevraagd informatie te verschaffen over belangrijke feiten en omstandigheden, die het kind of de opvoeding van het kind betreffen. Deze plicht vervalt alleen indien de informatie niet op dezelfde manier ook wordt verschaft aan de ouder die wel met het ouderlijk gezag is belast, of als het belang van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzet. Dit volgt uit artikel 1:377c Burgerlijk Wetboek.

Teneinde te voorkomen dat misverstanden ontstaan ten aanzien van de rechten en verplichtingen ten aanzien van de informatievoorziening is voor de scholen ressorterend onder de VPCO Zuidoost Groningen dit protocol vastgesteld. Hierin wordt aangegeven in welke situatie en op welke wijze de school zal handelen ten aanzien van de informatievoorziening. Het protocol geeft regels en richtlijnen aan die de school zal hanteren in het kader van de informatievoorziening aan gescheiden ouders.

De school heeft primair het belang van het kind voor ogen en is onpartijdig ten aanzien van problematiek die met de scheiding van de ouders te maken heeft.
Informatie over het kind zal niet aan anderen dan aan ouders worden verstrekt (dit volgt uit 1.377c Burgerlijk Wetboek). Uitzonderingen op deze regel gelden voor instanties als het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de schoolarts.

Informatieplicht ouders.
Voor een juiste en zuivere toepassing van de regels en richtlijnen van dit protocol is het van belang dat ouders de school op de hoogte stellen indien er wijzigingen zijn met betrekking tot hun Burgerlijke Staat.

Indien als gevolg van een scheiding de situatie ontstaat dat één of beide ouders niet meer belast is met het ouderlijk gezag, dan is de betreffende ouder verplicht om afschriften van de officiële stukken waarin dit is vastgelegd, waaronder bepalingen ten aanzien van het ouderlijke gezag, bezoekrecht en dergelijke, te overhandigen aan de school. De betreffende stukken zullen in het leerlingendossier worden bewaard. Uiteraard zal hierbij uiterste zorgvuldigheid worden betracht. Mocht de betreffende ouder dit nalaten, dan zal de school niet gehouden kunnen worden aan een correcte uitvoering van het onderhavige protocol.

Informatieplicht school.
Op de school rust een informatieplicht aan beide ouders die het ouderlijk gezag hebben. Onder informatie in deze wordt verstaan: alle relevante zaken betreffende de leerling en de schoolorganisatie zoals rapporten, nieuwsbrieven, voortgangsrapportages, de schoolgids en ouderavonden.

Indien beide ouders het ouderlijk gezag hebben en de leerling woont bij één van de ouders dat zal de informatie worden verstrekt aan de ouder bij wie de leerling in huis woont. Hierbij gaat de school ervan uit dat alle informatie welke door de school aan die ouder wordt verstrekt door die ouder aan de andere ouder wordt doorgegeven. Indien dit niet het geval is, dan dient de ouder die de informatie niet ontvangt op eigen initiatief contact op te nemen met de school en zal in overleg worden bezien of andere afspraken ten aanzien van de informatievoorziening kunnen worden gemaakt.

Indien beide ouders het ouderlijk gezag hebben, er sprake is van co-ouderschap en de leerling woont beurtelings bij één van de ouders, dan zal alle informatie worden verstrekt aan de ouder wiens adresgegevens ten behoeve van de registratie van de leerling zijn gemeld. Ook in dit geval gaat de school ervan uit dat alle informatie welke door de school aan die ouder wordt verstrekt door die ouder aan de andere ouder wordt doorgegeven. Indien dit niet het geval is, dan dient de ouder die de informatie niet ontvangt op eigen initiatief contact op te nemen met de school en zal in overleg worden bezien of andere afspraken ten aanzien van de informatievoorziening kunnen worden gemaakt.

Indien één van de ouders het ouderlijk gezag heeft en de andere ouder is uit de ouderlijke macht gezet, dan zal de school slechts de ouder die met het ouderlijk gezag is belast informeren. Op grond van de wet (artikel 1:377c Burgerlijk Wetboek) is de school echter verplicht om ook de ouder die niet belast is met de ouderlijke macht desgevraagd te informeren, tenzij de informatie niet op dezelfde manier ook wordt verschaft aan de ouder die wel met het ouderlijk gezag is belast, of als het belang van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzet. Voorts is de school hiertoe niet verplicht indien dit blijkt uit enig rechterlijk vonnis. De school hoeft dus geen informatie te verschaffen als met een rechterlijke beschikking kan worden aangetoond waarin het recht op informatie is beperkt. Duidelijk is dat de school zwaarwegende argumenten moet hanteren om informatie te weigeren. Ook moeten die argumenten kenbaar gemaakt worden aan de ouder die de informatie vraagt. Die ouder kan dat laten toetsen door een klachtencommissie of rechter.

Indien sprake is van de situatie dat een ouder een nieuwe relatie aangaat, dan zal de school onder geen beding informatie verschaffen aan de nieuwe partner van de ouder. Indien de ouder wenst dat de nieuwe partner samen met de ouder bij bijvoorbeeld rapport- of voortgangsgesprekken aanwezig is, dan zal in overleg worden bezien of en op welke wijze hieraan gehoor kan worden gegeven. De school zal in ieder geval geen informatie verschaffen aan de nieuwe partner zonder de aanwezigheid van de ouder.

————————————————————————————-
Protocol medicijnverstrekking en medische handelingen

Inleiding
Leraren op school worden regelmatig geconfronteerd met leerlingen die klagen over pijn die meestal met eenvoudige middelen te verhelpen is, zoals hoofdpijn, buikpijn, oorpijn of pijn ten gevolge van een insectenbeet.
Ook krijgt de schoolleiding steeds vaker het verzoek van ouder(s) / verzorger(s) om hun kinderen de door een arts voorgeschreven medicijnen toe te dienen. (Voor de leesbaarheid van het stuk zullen we hierna spreken over ouders wanneer wij ouder(s) en verzorger(s) bedoelen).
Een enkele keer wordt werkelijk medisch handelen van leraren gevraagd zoals het geven van sondevoeding, het toedienen van een zetpil of het geven van een injectie.
De schoolleiding aanvaardt met het verrichten van dergelijke handelingen een aantal verantwoordelijkheden.
Leraren begeven zich dan op een terrein waarvoor zij niet gekwalificeerd zijn.
Met het oog op de gezondheid van kinderen is het van groot belang dat zij in dergelijke situaties zorgvuldig handelen. Zij moeten daarbij over de vereiste bekwaamheid beschikken.
Leraren en schoolleiding moeten zich realiseren dat wanneer zij fouten maken of zich vergissen zij voor deze handelingen aansprakelijk gesteld kunnen worden.
Daarom wil de GGD middels dit protocol scholen een handreiking geven over hoe in deze situaties te handelen.

De drie te onderscheiden situaties zijn:
• Het kind wordt ziek op school
• Het verstrekken van medicijnen op verzoek
• Medische handelingen/ Voorbehouden en risicovolle handelingen

De eerste situatie laat de school en de leraar geen keus. De leerling wordt ziek of krijgt een ongeluk en de leraar moet direct bepalen hoe hij moet handelen. Bij de tweede en de derde situatie kan de schoolleiding kiezen of zij wel of geen medewerking verleent aan het geven van medicijnen of het uitvoeren van een medische handeling. Voor de individuele leraar geldt dat hij mag weigeren handelingen uit te voeren waarvoor hij zich niet bekwaam acht.
Op de volgende pagina’s wordt elk onderdeel beschreven. In de bijlagen vindt u het betreffende toestemmingsformulier en / of bekwaamheidsverklaring.
Wij adviseren u dit te gebruiken.

Heeft u naar aanleiding van dit protocol nog vragen, dan kunt u zich wenden tot de sociaal verpleegkundige van de GGD die werkzaam is op uw school.

1. Het kind wordt ziek op school

Regelmatig komt een kind ’s morgens gezond op school en krijgt tijdens de schooluren last van hoofd- buik- of oorpijn. Ook kan het bijvoorbeeld door een insect geprikt worden.
Een leraar verstrekt dan vaak – zonder toestemming of medeweten van ouders – een “paracetamolletje” of wrijft Azaron op de plaats van een insectenbeet.

In zijn algemeenheid is een leraar niet deskundig om een juiste diagnose te stellen. De grootst mogelijke terughoudendheid is hier dan ook geboden. Uitgangspunt moet zijn dat een kind dat ziek is naar huis moet. De schoolleiding zal, in geval van ziekte, altijd contact op moeten nemen met de ouders om te overleggen wat er moet gebeuren ( is er iemand thuis om het kind op te vangen, wordt het kind gehaald of moet het gebracht worden, moet het naar de huisarts, etc.? ).

Ook wanneer een leraar inschat dat het kind bij een eenvoudig middel gebaat is, dan is het gewenst om altijd eerst contact te zoeken met de ouders. Wij adviseren u het kind met de ouders te laten bellen. Vraag daarna om toestemming aan de ouders om een bepaald middel te verstrekken.

Problematisch is het wanneer de ouders en andere, door de ouders aangewezen vertegenwoordigers, niet te bereiken zijn. Het kind kan niet naar huis gestuurd worden zonder dat daar toezicht is. Ook kunnen de medicijnen niet met toestemming van de
ouders verstrekt worden. De leraar kan dan besluiten, eventueel na overleg met een collega, om zelf een eenvoudig middel te geven. Daarnaast moet hij inschatten of niet alsnog een (huis)arts geraadpleegd moet worden. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts. Zo kan bijvoorbeeld een ogenschijnlijk eenvoudige hoofdpijn een uiting zijn van een veel ernstiger ziektebeeld. Het blijft zaak het kind voortdurend te observeren. Iedere situatie is anders zodat we niet uitputtend alle signalen kunnen benoemen die zich kunnen voordoen.

Enkele zaken waar u op kunt letten zijn:
• toename van pijn
• misselijkheid
• verandering van houding ( bijvoorbeeld in elkaar krimpen )
• verandering van de huid ( bijvoorbeeld erg bleke of hoogrode kleur)
• verandering van gedrag ( bijvoorbeeld onrust, afnemen van alertheid )

Realiseer u dat u geen arts bent en raadpleeg, bij twijfel, altijd een (huis)arts. Dit geldt uiteraard ook wanneer de pijn blijft of de situatie zich verergert.
De zorgvuldigheid die u hierbij in acht moet nemen is dat u handelt alsof het uw eigen kind is.
2. Het verstrekken van medicijnen op verzoek

Kinderen krijgen soms medicijnen of andere middelen voorgeschreven die zij een aantal malen per dag moeten gebruiken, dus ook tijdens schooluren. Te denken valt bijvoorbeeld aan pufjes voor astma, antibiotica, of zetpillen bij toevallen. Ouders vragen dan aan de schoolleiding of een leraar deze middelen wil verstrekken. In deze situatie is de toestemming van de ouders gegeven.
1. Het is in dit geval van belang deze toestemming schriftelijk vast te leggen[2]. Meestal gaat het niet alleen om eenvoudige middelen, maar ook om middelen die bij onjuist gebruik tot schade van de gezondheid van het kind kunnen leiden.
2. Leg daarom schriftelijk vast om welke medicijnen het gaat, hoe vaak en in welke hoeveelheden ze moeten worden toegediend en op welke wijze dat dient te geschieden.
3. Leg verder de periode vast waarin de medicijnen moeten worden verstrekt, de wijze van bewaren, opbergen en de wijze van controle op de vervaldatum. Ouders geven hierdoor duidelijk aan wat zij van de schoolleiding en de leraren verwachten en die weten op hun beurt weer precies wat ze moeten doen en waar ze verantwoordelijk voor zijn.
4. Wanneer het gaat om het verstrekken van medicijnen gedurende een lange periode moet regelmatig met ouders overlegd worden over de ziekte en het daarbij behorende medicijn gebruik op school. Een goed moment om te overleggen is wanneer ouders een nieuwe voorraad medicijnen komen brengen.

Enkele praktische adviezen:
• Neem de medicijnen alleen in ontvangst wanneer ze in de originele verpakking zitten en uitgeschreven zijn op naam van het betreffende kind
• Lees goed de bijsluiter zodat u op de hoogte bent van eventuele bijwerkingen van het medicijn
• Noteer, per keer, op een aftekenlijst dat u het medicijn aan het betreffende kind gegeven heeft
• Mocht de situatie zich voordoen dat een kind niet goed op een medicijn reageert of dat er onverhoopt toch een fout gemaakt wordt bij de toediening van een medicijn bel dan direct met de huisarts of specialist in het ziekenhuis.
• Bel bij een ernstige situatie direct het landelijk alarmnummer 112.
• Zorg in alle gevallen dat u duidelijk alle relevante gegevens bij de hand hebt, zoals: naam, geboortedatum, adres, huisarts en / of specialist van het kind, het medicijn dat is toegediend, welke reacties het kind vertoont ( eventueel welke fout is gemaakt).
3. Medische handelingen

Het is van groot belang dat een langdurig ziek kind of een kind met een bepaalde handicap zoveel mogelijk gewoon naar school gaat. Het kind heeft contact met leeftijdsgenootjes, neemt deel aan het normale leven van een schoolkind en wordt daardoor niet de hele dag herinnerd aan zijn handicap of ziek zijn. Gelukkig zien steeds meer scholen in hoe belangrijk het is voor het psychosociaal welbevinden van het langdurig zieke kind om, indien mogelijk, naar school te gaan.

Medische handelingen
In hoog uitzonderlijke gevallen zullen ouders aan schoolleiding en leraren vragen handelingen te verrichten die vallen onder medisch handelen. Te denken valt daarbij aan het geven van sondevoeding, het meten van de bloedsuikerspiegel bij suikerpatiënten door middel van een vingerprikje. In zijn algemeenheid worden deze handelingen door de Thuiszorg of de ouders zelf op school verricht. In zeer uitzonderlijke situaties, vooral als er sprake is van een situatie die al langer bestaat, wordt door de ouders wel eens een beroep op de schoolleiding en de leraren gedaan.
Schoolbesturen moeten zich, wanneer wordt overgegaan tot het uitvoeren van een medische handeling door een leraar, wel realiseren dat zij daarmee bepaalde verantwoordelijkheden op zich nemen. Dit hoeft niet onoverkomelijk te zijn, maar het is goed zich te realiseren wat hiervan de consequenties kunnen zijn.
Het zal duidelijk zijn dat de ouders voor dergelijke ingrijpende handelingen hun toestemming moeten geven. Zonder toestemming van de ouders kan een schoolleiding of leraar al helemaal niets doen. Gezien de ingrijpendheid van de handelingen moet een schoolleiding een schriftelijke toestemming van de ouders vragen.

Wettelijke regels
Voor de hierboven genoemde medische handelingen heeft de wetgever een aparte regeling gemaakt. De Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) regelt wie wat mag doen in de gezondheidszorg. De wet BIG is bedoeld voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en geldt als zodanig niet voor onderwijzend personeel. Dat neemt niet weg dat in deze wet een aantal waarborgen worden gegeven voor een goede uitoefening van de beroepspraktijk aan de hand waarvan ook een aantal regels te geven zijn voor schoolbesturen en leraren als het gaat om in de wet BIG genoemde medische handelingen.

Bepaalde medische handelingen – de zogenaamde voorbehouden handelingen – mogen alleen worden verricht door artsen. Anderen dan artsen mogen medische handelingen alleen verrichten in opdracht van een arts. De betreffende arts moet zich er dan van vergewissen dat degene die niet bevoegd is, wel de bekwaamheid bezit om die handelingen te verrichten. Voor deze Voorbehouden Handelingen is een uitvoeringsverzoek van zowel ouders als arts noodzakelijk.
Aansprakelijkheid

Zoals uit het voorgaande blijkt is het van belang om zorgvuldig om te gaan met het verrichten van medische handelingen bij een leerling door een leraar. Technisch gezien vallen leraren niet onder de wet BIG. Deze geldt alleen voor medische – en paramedische beroepen, zie pag. 5. Soms worden leraren betrokken bij de zorg rond een ziek kind en worden daarmee partners in de zorg. In zo’n geval kan het voorkomen dat leraren gevraagd wordt om een medische handeling bij een kind uit te voeren. Deze, niet alledaagse positie van de leraar, moet hierbij serieus genomen worden. Daarom moet een leraar een gedegen instructie krijgen hoe hij de handeling moet uitvoeren. Het naar tevredenheid uitvoeren van deze handeling wordt schriftelijk vastgelegd in een bekwaamheidsverklaring. Zodoende wordt een zo optimaal mogelijke zekerheid aan kind, ouders, leraar en schoolleiding gewaarborgd. Ook voor de verzekeraar van de school zal duidelijk zijn dat er zo zorgvuldig mogelijk is gehandeld. Dit betekent dat een leraar in opdracht van een arts moet handelen die hem bekwaam heeft verklaard voor het uitvoeren van die medische handeling.

Binnen organisaties in de gezondheidszorg is het gebruikelijk dat een arts, of een door hem aangewezen en geïnstrueerde vertegenwoordiger, een bekwaamheidsverklaring afgeeft met het oog op eventuele aansprakelijkheden.

Heeft een leraar geen bekwaamheidsverklaring dan kan hij bij onoordeelkundig handelen aangesproken worden voor de aangerichte schade. Het schoolbestuur is echter weer verantwoordelijk voor datgene wat de leraar doet. Kan een schoolbestuur een bekwaamheidsverklaring van een arts overleggen, dan kan niet bij voorbaat worden aangenomen dat de schoolleiding onzorgvuldig heeft gehandeld.

Een schoolbestuur dat niet kan bewijzen dat een leraar voor een bepaalde handeling bekwaam is, raden wij aan de medische handelingen niet te laten uitvoeren. Een leraar die wel een bekwaamheidsverklaring heeft, maar zich niet bekwaam acht – bijvoorbeeld omdat hij deze handeling al een hele tijd niet heeft verricht – zal deze handeling eveneens niet mogen uitvoeren. Een leraar die onbekwaam en / of zonder opdracht van een arts deze handelingen verricht is niet alleen civielrechtelijk aansprakelijk ( betalen van schadevergoeding ), maar ook strafrechtelijk ( mishandeling ). Het schoolbestuur kan op zijn beurt als werkgever eveneens civiel- en strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.

Om zeker te zijn dat de civielrechtelijke aansprakelijkheid gedekt is, is het raadzaam om, voordat er wordt overgegaan tot medisch handelen, contact op te nemen met de verzekeraar van de school. Het kan zijn dat bij de beroepsaansprakelijkheid de risico’s die zijn verbonden aan deze medische handelingen niet zijn meeverzekerd. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, omdat wanneer de verzekeraar van een en ander op de hoogte wordt gesteld hij deze risico’s kan meeverzekeren, eventueel tegen een hogere premie en onder bepaalde voorwaarden ( bijvoorbeeld een bekwaamheidsverklaring ).

Mocht zich onverhoopt ten gevolge van een medische handeling een calamiteit voordoen stel u dan direct in verbinding met de huisarts en / of specialist van het kind. Bel bij een ernstige situatie direct het landelijk alarmnummer 112. Zorg ervoor dat u alle relevante gegevens van het kind bij de hand heeft, zoals: naam, geboortedatum, adres, huisarts en specialist van het kind. Geef verder door naar aanleiding van welke handeling de calamiteit zich heeft voorgedaan en welke verschijnselen bij het kind waarneembaar zijn.

Bekwaamheidsverklaring

Voor het opstellen van bekwaamheidsverklaringen zijn geen wettelijke kaders aanwezig. Elke medewerker is zelf verantwoordelijk voor het eigen handelen. Dat wil zeggen dat men geen handelingen mag verrichten wanneer met zichzelf daartoe niet bekwaam acht.
Op een goede en verantwoorde zorg toch mogelijk te maken, geldt de Wet BIG als uitgangspunt. Een instelling neemt haar verantwoordelijkheid door middel van een geformuleerd beleid inzake de uitvoering van de Wet BIG. In dit beleidsplan wordt voorzien door uitvoering te geven aan de wettekst, protocollen en bekwaamheidsverklaringen voor niet-verpleegkundigen.

Voor niet-verpleegkundigen geldt dat zij zich bekwaam mogen achten, maar dit maakt hen in het te voeren beleid nog niet bevoegd. Hiervoor moeten zij beschikken over een bekwaamheidsverklaring.
Deze bekwaamheidsverklaring kan als volgt worden verkregen.
1. Niet-verpleegkundigen die zich wel bekwaam achten en dit hebben aangetoond kunnen onder bepaalde voorwaarden door de arts en de leidinggevende bekwaam worden geacht.
2. Indien een niet-verpleegkundige nog niet bekwaam is of zich wel bekwaam acht maar dit nog niet heeft kunnen aantonen, kan deze worden begeleid naar het wel bekwaam c.q. bevoegd worden. In dit geval dient:
– de Voorbehouden of Risicovolle Handeling regelmatig voor te komen in de te verlenen zorg;
– het protocol van de Voorbehouden Handeling door de niet-verpleegkundige kunnen worden benoemd;
– de Voorbehouden Handeling ten minste eenmaal goed en geheel zelfstandig onder toezicht van een arts of daartoe aangewezen verpleegkundige te zijn uitgevoerd.

Daarna mag de niet-verpleegkundige de handeling uitvoeren als deze:
– hiertoe opdracht krijgt;
– beschikt over een bekwaamheidsverklaring;
– zich houdt aan het betreffende protocol.

Men kan niet worden verplicht tot het verrichten van Voorbehouden en/of Risicovolle Handelingen. Men kan ook niet worden verplicht tot het tekenen van een bekwaamheidsverklaring. Niet-verpleegkundigen mogen niet zonder instemming van een arts of bevoegd verpleegkundige afwijken van een protocol.

BIJLAGE 1
Het kind wordt ziek op school
(Eventueel te gebruiken als bijlage bij het inschrijfformulier van de school)
TOESTEMMINGSFORMULIER WANNEER EEN KIND ZIEK WORDT OP SCHOOL

Het kan voorkomen dat uw kind gezond naar school gaat en tijdens de schooluren ziek wordt, zich verwondt, door een insect wordt geprikt of iets dergelijks. In zo’n geval zal de school altijd contact opnemen met de ouders, verzorgers of met een andere, door hen aangewezen, persoon. Een enkele keer komt het voor dat deze personen niet te bereiken zijn. Als deze situatie zich voordoet dan zal de leraar een zorgvuldige afweging maken of uw kind gebaat is met een ‘eenvoudige’ pijnstiller of dat een arts geconsulteerd moet worden.
Als u met bovenstaande akkoord bent, wilt u dan dit formulier invullen.

Ondergetekende gaat akkoord met bovengenoemde handelwijze ten behoeve van:

__________________________________________________________(naam leerling)

geboortedatum: ___________________________________________

Wanneer onderstaande gegevens reeds op het inschrijfformulier vermeld zijn, kunt u verdergaan naar ommezijde.

adres: _________________________________________

postcode: ____________________ plaats: __________

Naam ouder(s) / verzorger(s): _______________________________________________
telefoon thuis: _______________________________ telefoon werk: _____________
(telefoon thuis: ______________________________ telefoon werk: _____________

naam huisarts: ______________________________ telefoon: _______________________

Te waarschuwen persoon, indien ouder(s) / verzorger(s) niet te bereiken zijn:

naam: ___________________________________________________________________

telefoon thuis: _______________________________ telefoon werk: __________

Ook ommezijde invullen

Mijn kind is overgevoelig voor de volgende zaken:
• Medicijnen:
naam: ______________________________________________________

• Ontsmettingsmiddelen:
naam: ______________________________________________________

• Smeerseltjes tegen bijvoorbeeld insectenbeten:
naam: _____________________________________________________
____________________________________________________________
• Pleisters:
naam / soort: _______________________________________________
___________________________________________________________
• Overig:

Wij zorgen als ouders/ verzorgers voor het volgende:

middelen:____________________________________________________
Ruimte voor zaken die hierboven niet genoemd zijn:

Wilt u eventuele veranderingen zo spoedig mogelijk doorgeven aan de directie. Het is zeer belangrijk dat deze gegevens actueel zijn.

Ondergetekende:
naam: ___________________________________________________
ouder: ____________________________________verzorger: __________________
datum:_______________________________ ____plaats:_______________________
Handtekening: _________________________________________________________

BIJLAGE 2
Het verstrekken van medicijnen op verzoek

TOESTEMMINGSFORMULIER TOEDIENEN VAN MEDICATIE

voor het toedienen van de hieronder omschreven medicijn(en) aan:

________________________________________________________________________ (naam leerling)

geboortedatum: ______________________________________
adres: ______________________________________________
postcode: ______________________________ woonplaats: _____________
zoon / dochter / pupil van: ________________________________ (naam ouder(s) / verzorger(s)

telefoon thuis: ___________________________ telefoon werk: ________________
naam huisarts: ___________________________ telefoon: _____________________
naam specialist: _________________________ telefoon: ___________________

De medicijnen zijn nodig voor onderstaande ziekte:
____________________________________________________________________
___________________________________________________________________
___________________________________________________________________

Naam van het medicijn: ____________________________________________

Medicijn dient dagelijks te worden toegediend op onderstaande tijden:

______________________ uur ______________________ uur

______________________ uur ______________________ uur

Medicijn(en) mogen alleen worden toegediend in de volgende situatie(s):

________________________________________________________________
________________________________________________________________

Ook ommezijde invullen:

Dosering van het medicijn: _____________________________________
Wijze van toediening: __________________________________________
Wijze van bewaren: _____________________________________________
Controle op vervaldatum door: ____________________________ functie: ___________
Ondergetekende, ouder / verzorger van genoemde leerling, geeft hiermee aan de school c.q. de hieronder genoemde leraar die daarvoor een medicijninstructie heeft gehad, toestemming voor het toedienen van de bovengenoemde medicijnen:

Naam: _________________________________________________
Plaats: ____________________________________Datum: ________________

Handtekening:

==============================================================

MEDICIJNINSTRUCTIE

Er is instructie gegeven over het toedienen van de medicijnen op: _______________(datum)

door: ____________________________________naam: __________
functie: _________________________________________________
van: _____________________________________________________(instelling)

aan: _____________________________________________
functie(s): ______________________________________
van: _____________________________________________(naam + plaats school)

BIJLAGE 3
Uitvoeren van medische handelingen

TOESTEMMINGSFORMULIER UITVOEREN VAN MEDISCHE HANDELINGEN

Ondergetekende geeft toestemming voor uitvoering van de zogenoemde ‘medische handeling’ op school bij:
________________________________________________________________________ (naam leerling)

geboortedatum: ___________________________________
adres: __________________________________________
postcode: _______________________ plaats: _______
zoon / dochter / pupil van:________________________________ (naam ouder(s) / verzorger(s)

telefoon thuis: ____________________________ telefoon werk: ___________
naam huisarts: ___________________________ telefoon: ________________
naam specialist: _________________________ telefoon: _______________
naam van contactpersoon (in ziekenhuis of anders) _________________
Telefoon: ______________________________________

Beschrijving van de ziekte waarvoor de ‘medische handeling’ op school bij de leerling nodig is:
__________________________________________________
Omschrijving van de uit te voeren ‘medische handeling’:

Ook ommezijde invullen:

De ‘medische handeling’ moet dagelijks worden uitgevoerd op onderstaande tijden:

_______________________uur _______________________uur

_______________________uur _______________________uur

De ‘medische handeling’ mag alleen worden uitgevoerd in de hieronder nader omschreven situatie:

_____________________________________________________
_____________________________________________________
_____________________________________________________
manier waarop de ‘medische handeling’ moet worden uitgevoerd:

___________________________________________________
__________________________________________________
_________________________________________________
Eventuele extra opmerkingen:

______________________________________________________
______________________________________________________
______________________________________________________
Bekwaamheidsverklaring aanwezig ja / nee

Instructie van de ‘medische handeling + controle op de juiste uitvoering is gegeven op (datum):
___________________________________________________________

door: ___________________________________ functie: ____________
van: ________________________________________ (instelling)

Ondergetekende:

naam: _______________________________________________
ouder: _________________________________ verzorger: _________________
datum: ________________________________ plaats: _____________________

Handtekening: __________________________________

BIJLAGE 4
Bekwaamheidsverklaring bij het uitvoeren van medische handeling

BEKWAAMHEIDSDOSSIER

Voor het uitvoeren van een zogenoemde ‘medische handeling’.

Ondergetekende, bevoegd tot het uitvoeren van de hieronder beschreven handeling

_________________________________________
________________________________________
verklaart dat,

_______________________________________(naam werknemer)

functie: __________________________________________
werkzaam aan / bij: ______________________________
na instructie door ondergetekende, in staat is bovengenoemde handeling bekwaam uit te voeren.

De handeling moet worden uitgevoerd ten behoeve van:

naam:_______________________________________________
geboortedatum:_____________________________________
Het uitvoeren van bovengenoemde handeling is voor de leerling noodzakelijk wegens:

__________________________________________________
__________________________________________________
De hierboven beschreven handeling mag alleen worden uitgevoerd op de tijdstippen waarop de leerling op school aanwezig is.

De hierboven beschreven handeling moet worden uitgevoerd gedurende de periode:

_______________________________________________________________
____________________ Ondergetekende:_____________________________
f
unctie:__________________________________________________________
werkzaam aan / bij:_______________________________________________
Plaats: _______________________________________ Datum: ___________
Handtekening: ___________________________________________________
BIJLAGE 5
Richtlijnen hoe te handelen bij een calamiteit t.g.v.:
– het toedienen van medicijnen aan een kind
– het uitvoeren van een medische handelen

Richtlijnen hoe te handelen bij een calamiteit ten gevolge van:
– het toedienen van medicijnen aan een kind
– het uitvoeren van een medische handeling

• Laat het kind niet alleen. Probeer rustig te blijven. Observeer het kind goed en probeer het gerust te stellen

• Waarschuw een volwassene ( of laat één van de kinderen een volwassene ophalen waarbij u duidelijk instrueert wat het kind tegen de volwassene moet zeggen )

• Bel direct de huisarts en / of de specialist van het kind

• Bel bij een ernstige situatie direct het landelijk alarmnummer 112

• Geef door naar aanleiding van welk medicijn of “medische” handeling de calamiteit zich heeft voorgedaan

• Zorg ervoor dat u alle relevante gegevens van het kind bij de hand hebt (of laat ze direct door iemand opzoeken) zoals:

• Naam van het kind
• Geboortedatum
• Adres
• Telefoonnummer van ouders en / of andere, door de ouders aangewezen, persoon
• Naam + telefoonnummer van huisarts / specialist
• Ziektebeeld waarvoor medicijnen of medische handeling nodig zijn

• Bel de ouders (bij geen gehoor een andere, door de ouders aangewezen persoon):
o Leg duidelijk uit wat er gebeurd is.
o Vertel, indien bekend, wat de arts heeft gedaan / gezegd.
o In geval van opname, geef door naar welk ziekenhuis het kind is gegaan.

BIJLAGE 6
Medicijnverstrekking door de school op verzoek van ouders / verzorgers:

MEDICIJNVERSTREKKING DOOR DE SCHOOL OP VERZOEK VAN OUDERS / VERZORGERS

– Medicatie moet op school in de originele verpakking aanwezig zijn.
– Medicatie moet op naam zijn, dus etiket met naam en geboortedatum van de leerling.
– Verloopdatum moet vermeld zijn op de medicatie of verpakking.
– Bijsluiter, met informatie over werking en bijwerking van de medicatie, moet aanwezig zijn.
– Zorg dat u bekend bent met werking en bijwerking van de medicatie.
– Zorg voor aftekenlijst waarop datum / tijd / naam en dosering van de medicatie kan worden vermeld.
————————————————————————————————————————————

Comments are closed

(c) CBS De Höchte